Parochie De Vier Evangelisten Amsterdam 
 
 
 

153 vissen(laatste preek in de lucaskerk)

Viering: 3e zondag van Pasen

Lezing:

  • Johannes 21,1-19

Geschreven door: Pater Paul Begheyn s.j.

Als ik een preek moet houden op zondag, begin ik een week van
tevoren de voorgeschreven evangelietekst te lezen. De rest van
de week broed ik daarop, en noteer wat me te binnen valt bij het
lezen van die tekst. Ook schrijf ik op wat er in de krant staat en
op een of andere manier verband houdt met het evangelie.
Daarnaast raadpleeg ik allerlei Bijbelcommentaren. Als de tijd
rijp is, ga ik achter mijn computer zitten en schrijf de tekst.
De afgelopen dagen las ik in het dikke boek over het evangelie,
de brieven en de openbaring van Johannes, liefst 970 pagina’s dik,
geschreven door de Amsterdamse dominicaan Jan Nieuwenhuis.
Dat bezorgde me twee verrassingen. De eerste is, dat er elk jaar
over de hele wereld vijftig belangrijke boeken verschijnen over
Johannes. De tweede is, dat hoofdstuk 21, waaruit de lezing van
vanmorgen afkomstig is, oorspronkelijk geen deel uitmaakte van
het evangelie. Het was een nagekomen bericht, een postscriptum.
Daarover wil ik het nu hebben. De tekst is zeer oud, en rond
het einde van de eerste eeuw geschreven, en wel na de dood van
Petrus en Johannes. De schrijver ervan was een erfgenaam of
geestverwant van Johannes, die zijn tekst heeft toegevoegd aan
het eigenlijke evangelie. Reden daarvoor was de wrijving die was
ontstaan tussen de kerk in Efese (waar de volgelingen van Johannes
samenkwamen) en de kerk van Rome (waar de volgelingen van
Petrus elkaar ontmoetten). Oorzaak van die twist was de vraag,
wie de beste verstaander is geweest van Jezus: Petrus die de leider
van de gemeenschap was geworden, of Johannes die Jezus het
meest nabij was geweest. Johannes is de kroongetuige, vonden
de mensen in Efese.
Dergelijke onenigheid bestaat binnen de Kerk al vanaf het
begin. Dat blijkt onder meer uit een brief van Paulus aan de
gemeente in Korinte, die hoofdzakelijk bestond uit bekeerde
heidenen, behorend tot de maatschappelijke onderlaag, die met
elkaar overhoop lagen in onderlinge partijdigheid en onenigheden.
Paulus schrijft aan de ontvangers van zijn brief (1 Kor. 1, 12) in niet
mis te verstane woorden: ‘Ieder van u schijnt zijn eigen leus te
hebben: ‘Ik ben van Paulus’, ‘ik ben van Apollos’, ‘ik ben van Kefas’,
‘ik ben van Christus’. Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus
soms voor u gekruisigd? Of bent u gedoopt in de naam van Paulus?’
Het is vergelijkbaar met de onverkwikkelijke strijd tussen de
aanhangers van emeritus paus Benedictus en de volgelingen van
paus Franciscus. Het gaat om Jezus Christus en zijn evangelie.
Laten we na deze lange inleiding terugkeren naar de tekst
van het evangelie. We zien zeven leerlingen van Jezus bij elkaar,
waarbij het getal zeven natuurlijk niet toevallig is. Zeven, een heilig
getal. Ondanks de paasgebeurtenis gaat het alledaagse leven
gewoon door. De leerlingen keren terug naar hun oude beroep van
vissers, maar ze lijken van slag, want ze vangen niets. En van die
paasgebeurtenis lijken ze ook niets begrepen te hebben, want als
ze Jezus op de oever zien staan, herkennen ze hem niet, evenmin
als eerder met Maria Magdalena het geval was. Lijken die zeven
leerlingen en Maria Magdalena soms op ons? Of hebben wij wèl iets
opgestoken van de paasgebeurtenis?
Jezus doet een suggestie voor het veranderen van de situatie:
‘Werp dan het net uit rechts van de boot; daar zul je wel iets vinden.’
Rechts heeft overigens niets te maken met een politieke partijkeuze,
maar de rechterkant is het beeld voor de macht van God. Zoals
wij in onze geloofsbelijdenis bidden over Jezus: hij ‘zit aan de
rechterhand van de Vader’. Aan die rechterkant wacht ons een
enorme hoeveelheid aan oogst, als we tenminste bereid zijn hardop
te bekennen dat wij die rijke oogst te danken hebben aan de Heer.
Johannes zag dat, en meldde het aan Petrus. (Hier is weer sprake
van de wedijver tussen Johannes en Petrus, zoals die tussen Efese
en Rome).
De vangst bestaat uit 153 vissen. Een raadselachtig getal
waarvoor de geleerden geen eensluidende verklaring hebben.
Volgens Griekse geleerden bestonden er toen 153 verschillende
soorten vis, dus een complete visvangst. Anderen denken aan
getallensymboliek, waarbij 153 de getalwaarde van de Griekse
letters van Simon Petrus is, en van het Griekse woord voor vis,
de bijnaam van Jezus, en van het Hebreeuwse woord voor
paaslam. Jaren geleden ontdekte ik een soort stripverhaal over
Jezus uit de zestiende eeuw, uitgegeven door Nederlandse
jezuïeten in samenwerking met Vlaamse kunstenaars en de
Antwerpse drukker Christoffel Plantijn. Het aantal illustraties
was … inderdaad: 153.
De evangelietekst eindigt met een soort eucharistie. Jezus
zei tot de leerlingen: ‘Kom nu en eet.’ Hij nam het brood, en gaf
het hun, en zo ook de vis. Eucharistie is dankzegging. Je kunt
dus God danken met brood en wijn en vis, en met nog veel meer.
Dat hangt af van je rijkdom aan fantasie. Maar het meest
essentiële van eucharistie is, dat je je bezit deelt met anderen.
Amen.
Preek nummer 1 2 3 4 5 Archief preken